Benzinestations nemen in het bewustzijn een ondergeschikte plaats in. Behalve als de tank bijna leeg is, vallen ze niemand op. Het is hoogstens een referentiepunt om de weg te wijzen: 'Na het benzinestation linksaf!' Deze onopvallendheid staat in contrast met de omvang van het gebouw en de zich opdringende met neon verlichte luifel. Het benzinestation dat op het eerste gezicht overal hetzelfde lijkt, kan kennelijk makkelijk over het hoofd worden gezien.
Het benzinestation heeft een korte geschiedenis. Voor de oorlog werd zelden een gebouw opgericht rond een benzinepomp, die meestal gewoon langs de stoeprand of erf stond. Maar áls de benzinepomp een pompstation werd, werden alle registers opengetrokken om er aandachtrekkende architectuur van te maken. Die ontwikkeling zette zich aanvankelijk voort in de eerste naoorlogse jaren, toen het station in korte tijd een alledaagse verschijning werd. De glorietijd van het benzinestation als architectonische blikvanger eindigde in de jaren zestig toen de wetten van de uniforme huisstijl werden uitgevaardigd. Vanaf dat moment was het niet langer de expressieve vorm die het station herkenbaar maakte, maar de kleuren en logo's die het onderscheid beklemtoonde tussen de verschillende merken.
Het benzinestation is sindsdien nauwelijks nog architectuur. Om de Amerikaanse designhistoricus Thomas Hine te parafraseren: Als architectuur bevroren muziek genoemd kan worden, dan is het benzinestation tegenwoordig een bevroren jingle. De architectuur is daarbij gereduceerd van middel om een boodschap uit te dragen tot drager van de boodschap en de vorm is steeds verder geërodeerd tot uiteindelijk de onverslijtbare kern van luifel, pomp en kiosk overbleef: het universele ABC van de benzinestationsarchitectuur. |
Terwijl de meeste gebouwtypen in de loop der tijd een steeds grotere variatie en complexiteit hebben gekregen, heeft het benzinestation de omgekeerde weg afgelegd in de richting van eenvoud en uniformiteit. Maar dan nog blijft het verbluffend hoeveel nuances en verschillen er zijn. Zoals een en hetzelfde woord allerlei betekenissen kan hebben, afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt en met welke intonatie het wordt uitgesproken, zo heeft ieder benzinestation op de foto's van een eigen identiteit.
Nationale verschillen komen tot uiting in de verschillende merken, Agip in Italië, Elf in Frankrijk en Aral in Duitsland, maar ook binnen één merk: de Franse stations van Shell zijn bijvoorbeeld anders dan de Italiaanse of de Nederlandse. Bovendien is iedere huisstijl permanent aan verandering onderhevig: andere pompen, een aanpassing van het logo, een andere vorm en constructie van de luifel, iets andere kleuren. De omloopsnelheid van de styling van pompstation is - niet toevallig - net zo snel als van de auto's die er voortdurend halt houden. De foto's van richten de blik op deze objecten die zo vertrouwd zijn dat ze nauwelijks meer worden opgemerkt.
Afzonderlijk zijn het misschien nog landschappen en stadsgezichten waarop toevallig ook een benzinestation staat. Gezamenlijk maken ze duidelijk dat met het architectonische ABC van luifel, pomp, kiosk onuitputtelijk kan worden gevarieerd, zoals het benzinestation dat altijd hetzelfde is, toch altijd weer anders is. Hans Ibelings |